• A A A
  • Categories

    Handleiding Dreamweaver CS3 NL


    Download

    Handleiding Excel 2007 NL


    Download

    Handleiding Photoshop CS3 NL


    Download

    Handleiding Powerpoint 2007 NL


    Download

    Handleiding MS Office 2007 NL


    Download

    Handleiding Access 2007 NL


    Download

    Email deze pagina Email deze pagina

    Videojargon

    Verklarende lijst van afkortingen en gangbare videotermen.

    • ASF = advanced streaming format. Een bestandsformaat voor streaming media, vervanger van AVI. ASF is gemaakt om een sleutel te vormen voor streaming multiamediabestanden voor intranetten en het internet, voor het vervangen van verschillende datatypes als wav- en avi-bestanden (volgens Microsoft). Met de streaming-technologie kunnen multimedia-clips op het internet worden bekeken zonder dat ze daarvoor eerst volledig gedownload hoeven te worden.
    • AR = aspect ratio. De verhouding tussen breedte en hoogte van een monitor/beeldscherm. De twee getallen geven de verhouding aan van de breedte van het scherm ten opzichte van de hoogte Breedbeeldtelevisies hebben standaard een aspect ratio van 16:9, terwijl de klassieke schermen een aspect ratio hebben van 4:3.
    • AVI = audio video interleaved. Bestandsnaam voor video met geluid, wordt veel door Microsoft gebruikt en is af te spelen met Mediaspeler van Windows.
    • Authoring(dvd)  Het proces van ontwerpen en klaarmaken van een dvd-film. Tijdens dit proces wordt de onderliggende bestandenstructuur van de dvd-schijf aangemaakt, met als bovenlaag een overzichtelijk menu.
    • BIVX Een DIVX-film met twee audio-streams. Net zoals bij een normale dvd kan er een keuze gemaakt worden uit verschillende talen, bijvoorbeeld Engels en Nederlands.
    • Container(formaat) Een bestand dat meerdere informatietypen bevat, bijvoorbeeld video, geluid en ondertitels. Bekende containerformaten zijn AVI, OGM, Quicktime, ASF, VOB (dvd’s) en MPG.
    • DV = digital video. Videostandaard. Digital video is gebaseerd op dezelfde videotechnologie als Digital 8, maar is compact en maakt gebruik van digital video tapes. Minitapes passen een geavanceerde datacompressietechnologie toe, waarbij grote hoeveelheden digitale gegevens kunnen worden opgeslagen zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit.
    • DIVX Videocodec, waarmee videobestanden gecomprimeerd kunnen worden. Dankzij DivX is het mogelijk om een dvd-film (ongeveer 4,7 GB) te verkleinen, zodat de hele film op een cd past (ongeveer 700 MB). Bij het afspelen van een DivX-film is een divx-codec nodig, welke de film decodeert met behulp van de processor.
    • DVD = digital video disc. De DVD heeft dezelfde afmetingen als de CD maar een veel hogere opslagcapaciteit, variërend van 4.7 tot 17 GB per disc, ofwel 25 maal die van de gewone Compact Disk. De opslagcapaciteit is afhankelijk van het type DVD-schijfje.
    • FLV = flash video. Flash Video is de naam van een bestandsformaat dat gebruikt wordt om video over het internet af te spelen met behulp van Adobe Flash Player.
    • FPS = frames per second. Aantal beelden dat bij een spel of videofragment per seconde wordt weergegeven.
    • Framerate De framerate is het aantal frames (= beelden) die je videokaart per seconde op je scherm projecteert. Deze wordt dan ook uitgedrukt in fps (= frames per second).
    • IFO = information. Bestand dat op de dvd staat en dat informatie bevat over de navigatie voor een dvd-speler.
    • MOV Apple Quicktime container formaat.
    • MPEG of MPG = motion picture expert group. Transferformaat voor gecomprimeerde audio- en videodata. MPEG-1 wordt normaal gesproken gebruikt voor video met beeld van maximaal een kwart van de typische televisie-resolutie, MPEG-2 voor video op volledige formaat, MPEG-4 onder andere voor video met klein formaat met lagere datasnelheid en gestoorde trasnfer. Belangrijke compressiemechanismen zijn DCT en Motion Compensation. Voor audiocompressie zijn meerdere verschillende complexe ‘layers’ gedefinieerd. MPEG audio layer 3 is als internet-audioformaat MP3 bekend.
    • MPEG4 AVC = H.264 advanced video codec. De ITU (International Telecommunications Union) ontwikkelt video-codecs voor gebruik op lage bitrates. Eén van de doelstellingen van H.264 was een compressie te bereiken die minstens tweemaal zo groot is als die van de concurrenten met behoud van kwaliteit. De ITU maakte daarbij gebruik van de MPEG4-technologie. De Moving Experts Pictures Group zag het belang in van de ontwikkeling van H.264 en de partijen gingen samenwerken. Het resultaat was een geavanceerde codec met de naam Advanced Video Codec. Met de codec is het mogelijk om bij een zeer lage bitrate dvd-kwaliteit video te streamen.
    • NTSC = national television systems committee. In de VS en Japan gebruikte TV-standaard met 59,95 halve beelden (29,97 volledige beelden) per seconde, 525 beeldlijnen per beeld, waarvan 480 zichtbaar. De NTSC-standaard is gevoelig voor schommelingen in de kleurtoon, wat hem de spotnaam Never The Same Color opleverde.
    • PAL = phase alternating line. Norm voor televisie uitzendingen in grote delen van Europa en Azië, waaronder Nederland en België. PAL gebruikt een transfersysteem voor kleurentelevisies met 50 halve beelden (interlace) per seconde (625 lijnen per beeld en 25 beelden per seconde).
    • PGC = program chain. Dvd-authoring term. Elk onderdeel van een dvd-film heeft een eigen PGC; bijvoorbeeld de hoofdfilm, de introductie en elke trailer hebben ieder een eigen PGC.
    • RM = real media. Tot RealMedia behoort het videoformaat RealVideo dat ontwikkeld werd door RealNetworks.
    • SVCD = supervideo-cd. Een VideoCD met een betere kwaliteit. SVCD gebruikt een hogere datarate en hogere resolutie dan VCD, en MPEG2 in plaats van MPEG1 compressie; vanwege de hogere datarate is de speelduur beperkt tot maximaal ongeveer een half uur.
    • SWF = shockwave flash of small web format. Is het alom gebruikte formaat om “geanimeerde” afbeeldingen op het net te plaatsen.
    • VCD = video-cd. Een cd met een film (mpeg1 video-formaat), welke vergelijkbaar is met een dvd maar met een slechtere beeldkwaliteit. De vcd is afspeelbaar in de meeste dvd-spelers.
    • VBR = variable bit rate. Het is mogelijk om zowel geluid als beeld in VBR-modus te encoderen. VBR maakt geen gebruik van een constante bitrate voor het gehele bestand (zoals bij Constant BitRate) maar varieert in bitrate. Complexe delen in het beeld/geluid krijgen een hogere bitrate toegewezen zodat ze beter ogen/klinken, in tegenstelling tot de rest die een lagere bitrate krijgt.
    • VOB = video object. Bestandsformaat van films op DVD. VOB-bestanden bevatten gewoonlijk een samenvoeging van Mpeg 2-video en Dolby Digital audio. Ze worden als volgt omschreven: vts_XX_y.vob waarbij XX voor de titel en Y het deel van de titel staat. Er kunnen wel 99 titels en 10 delen voorkomen alhoewel vts_XX_0.vob nooit video bevat maar gewoonlijk alleen informatie over het menu en de navigatie.
    • VTS = video titleset. Een reeks opeenvolgende VOB-bestanden met de corresponderende IFO- en BUP-bestanden. Bijvoorbeeld: VTS2 betekent VTS_02_0.VOB (wat de menu’s bevat), VTS_02_1.VOB, VTS_02_2.VOB, etc., VTS_02_0.IFO en VTS_02_0.BUP. Het doel van een VTS is om videomateriaal te ordenen. Zo wordt meestal één VTS voor de hoofdfilm gebruikt en worden de andere gebruikt voor extra’s.
    • WMV = windows media video. Een videocompressie techniek van Microsoft dat in de Windows Media Player wordt toegepast.
    • XVID Videocompressiemethode. XviD is een open-source MPEG 4-codec, tegenhanger van de betaalde versie DIVX (achterstevoren lezen: XVID). XviD wordt veelal in het illegale circuit gebruikt voor het rippen van dvd-films.